top of page

EXCURSIE 

Bovensmilde Veenhuizen
Norg  Roden

DATUM

zaterdag 20 juli

TIJD

13:00-17:30

Excursie onder leiding van Geert Jan Pottjewijd en met organist Wietse Meinardi

Bovensmilde - Waterstaatskerk

Hoofdweg 186

orgel uit 1684 bouwer onbekend

13.00 – 13:45

 

11,6 km - 10 minuten rijden 

Veenhuizen - Koepelkerk

Hoofdweg 112

Hillebrand-orgel 1821

14.00 – 14.45

koffie - Verenigingsgebouw (naast de kerk)

14.45 – 15.15

7,8 km - 9 minuten rijden

Norg - Margarethakerk

Leichel-orgel 1896

Brink 2

15.30 – 16.15

8,8 km - 11 minuten rijden

Roden - Catharinakerk

Brink 8

Hinsz-orgel 1780

16.30 – 17:30

Gratis entree, vrije gift na afloop

Eigen vervoer.


 

TOELICHTING

Op elk orgel geeft Wietse Meinardi een bespeling van circa 30 minuten.
Vooraf vertelt Geert Jan Pottjewijd iets over het orgel.
In deze orgeltocht komen twee aspecten aan bod over de Drentse orgelgeschiedenis. De orgels van Bovensmilde en Veenhuizen zijn tweedehands instrumenten, die werden aangekocht van buiten de provincie. Het aantal tweedehands orgels in Drenthe is hoog in vergelijking met andere provincies. In de periode 1900-1945 bedroeg het percentage zelfs 37%. De orgels van Bovensmilde, Norg en Roden konden aangeschaft worden dankzij een schenking. Eerst door de adel en later door de gegoede burgerij.

 

Bovensmilde
Het orgel werd oorspronkelijk in 1684 gebouwd voor de Waalse kerk in Kampen. De orgelmaker is niet bekend. In 1897 kreeg de kerk van Kampen een legaat en kon men een nieuw orgel laten bouwen door Jan Proper. Het oude orgel werd verkocht naar Bovensmilde en daar geplaatst door Jan Proper. De aanschaf werd gefinancierd uit de nalatenschap van mevrouw Jantsje Sickens (1833-1897). Bij de overplaatsing werd het orgel aan weerszijden verbreed met een pijpveld en aangepast aan de smaak van die tijd. Eind jaren ’80 van de vorige eeuw wordt het orgel gerestaureerd door de orgelmaker Reil uit Heerde. Pas toen kwam de herkomst aan het licht dankzij onderzoek door Adriaan de Groot en Jans Vrieling.


Dispositie:

Manuaal C-f'''
Prestant 8 vt (oud),Holpijp 8 vt (oud), Prestant 4 vt (oud), Speelfluit 4 vt (oud), Octaaf 2 vt (oud), Quintfluit 3 vt (oud), Mixtuur 3 st (nieuw), Sesquialter 2 st (nieuw), Trompet 8 vt (nieuw)
Pedaal C – h aangehangen

 

Veenhuizen
In 1856 wordt een orgel gekocht dat afkomstig is uit de hervomde kerk van Akkrum. Het werd in 1821 gebouwd door de orgelmaker Hillebrand. Het orgel heeft een klavier, maar wel een (loos) rugpositief. Petrus van Oeckelen bouwt in Akkrum een nieuw orgel met weer een (loos) rugpositief. Van Oeckelen plaatst het orgel in Veenhuizen en breidt het uit met een Bourdon 16’. In de jaren ’60 van de vorige wordt het gerestaureerd door orgelmaker Bakker & Timmenga. De Bourdon 16’ wordt verwijderd en er wordt weer een Trompet geplaatst.
In 2005 vindt een restauratie plaats door orgelmaker Bernard Edskes. Hij ziet kans in de zeer ondiepe rugpositief-kas 5 registers te plaatsen op basis van de al aanwezige frontpijpen van de Prestant 4’. Op het pedaal komt een Subbas 16’.
 

Dispositie:
Hoofdwerk:

Prestant 8 vt, Holpijp 8 vt, Viola di Gamba 8 vt (disc.), Octaaf 4 vt, Fluite d’Amour 4 vt, Quint 3 vt, Superoctaaf 2 vt, Mixtuur III-IV, Trompet 8 vt (b/d)
Rugwerk:

Prestant 4 vt, Fluit does 8 vt, Woudfluit 2 vt, Sexquialter 2 st. (gesplitst in Quint 2 2/3' en Terts 1 3/5')
Pedaal (C-g):

Bourdon 16 vt

Norg
In 1896 plaatst de Gelderse orgelmaker Leichel een eenklaviers orgel. Het orgel wordt gefinancierd uit een schenking door Marchien Martens te Zuidvelde (1860-1919), ter nagedachtenis van haar overleden broers Egbert en Engbert Martens.
In 2005 wordt het orgel gerestaureerd door orgelmaker Nijsse uit Zeeland met hulp van vrijwilligers.

Dispositie:
Manuaal:

Prestant 8’, Bourdon 16’, Viola di Gamba 8’, Roerfluit 8’, Dolce 8’,  Octaaf 4’, Fluit Harmonique 4’, Octaaf 2’, Trompet 8’, Tremulant
Pedaal:

aangehangen
Boven het pedaalklavier bevinden zich twee treden: één voor Forte en één voor Piano.

Roden
Maria Catharina Hoppinck laat op 5 maart 1776 een bedrag van tienduizend Caroli gulden na aan de kerk voor de aanschaf van een orgel. Zij was een nazaat van de predikant Gajus Hopping, die van 1608 tot 1638 in Roden stond. In het testament staat beschreven dat het bedrag ook was bestemd voor het onderhoud van het orgel en het traktement van de organist. Het bedrag wordt beheerd door Mr. Coenraad Wolter Ellents, secretaris van het Landschap Drenthe en bewoner van huize Mensinge. Het orgel gebouwd door de orgelmaker Albert Anthoni Hinsz en in juni 1780 in gebruik genomen. In de jaren ’30 van de vorige eeuw wordt de kerk bij een restauratie ontdaan van zijn pleisterlaag. Dit was zeer nadelig voor de akoestiek. Het orgel wordt naar de mode van die tijd gerestaureerd door de orgelmaker Spiering uit Dordrecht en verliest daarbij zijn klankkroon en de tongwerken. In de jaren ’50 en ’60 volgde een restauratie door de orgelmaker Mense Ruiter en werd een eerste aanzet gegeven voor het herstel van de oorspronkelijke situatie. In de jaren 1998-2006 volgende een restauratie naar de nieuwste inzicht door Bakker & Timmenga uit Leeuwarden.
 

Dispositie:
Hoofdwerk:

Prestant 8’ (1955), Bourdon 16’(oud), Holpijp 8’(oud), Octaaf 4’(oud), Speelfluit 4’(oud), Nasard 3’(1955), Woudfluit 2’(oud), Mixtuur IV-V-VI (1955), Trompet 8’ (oud), Vox Humana 8’(oud/nieuw)
Rugpositief:

Prestant 4’(1955), Fluit does 8’ (oud), Gedakt fluit 4’(oud), Octaaf 2’(oud), Spitsfluit 2’(oud), Sesquilater II-III-IV (1955), Dulciaan 8’(oud/nieuw)
Pedaal:

aangehangen

bottom of page